Laten we dan maar gelijk het vervolg in gaan, Joke en Marloes! Ik ben erg blij dat jullie de taak van coach op jullie hebben genomen, want ik had jullie soms hard nodig! Fijn ook dat er altijd hulp aanwezig was, op het moment dat dat nodig was. Onzettend bedankt daarvoor en ik hoop van harte dat het einde van 23dingen niet einde traject is. Ik zou graag door willen, al heb ik nog niet een duidelijk beeld van hoe we dat kunnen organiseren, maar ik weet zeker dat er zo een aantal collega's zijn die dat ook willen, dus misschien kunnen we eens brainstormen hierover?
De dingen zitten er op, maar mijn zoektocht is pas begonnen.... Nu ik over alle dingen iets gepubliceerd heb, ga ik tijd reserveren om de verdieping te vinden. Wat ik mooi vind is dat je interesses, mensen en al dan niet fysieke materialen bij elkaar kunt brengen via het internet. Maar dit is natuurlijk niet echt nieuw, dit proberen bibliotheken van oudsher al. De mogelijkheden die 2.0 biedt zijn natuurlijk veel groter en bieden ons daarom de kans om onze core business nog beter uit te voeren. Onze deskundigheid op peil houden is dus waanzinnig belangrijk, want anders gaan we echt de boot missen. Mensen wegwijs maken in de enorme toevloed van informatie blijft een van onze belangrijkste taken, maar ook ze kennis laten maken met de belangrijkste tools (zoals wij nu gedaan hebben met 23dingen), om ze vaardiger te maken op het internet. Laten we een 23dingen voor onze kernklant ontwikkelen! En wij intussen verder met de volgende 23? Daarnaast zorgen voor verdieping en visie-ontwikkeling, en zorgen dat er een soort trendwatchers binnen onze bieb een functie krijgen om up-to-date te blijven en zich misschien zelfs als trendsetters te ontwikkelen! 3.0 komt er ook aan, daar krijgen ook onze handen en hoofden vol aan....
Wat is Web 3.0 Web 3.0 wordt ook wel aangeduid met het semantische web. Hiermee wordt bedoeld dat het web de inhoud van websites gaat begrijpen. Het web is hierdoor in staat om steeds meer voor de gebruiker te gaan denken. Verschillende typen data worden met elkaar gecombineerd waardoor het web in staat is om de gebruiker relevante suggesties en adviezen aan te bieden. Het web vervult hiermee een betekenisvolle rol voor de gebruiker.
Voorbeeld: Het web weet van jou dat je elke woensdagavond chinees eet. Echter, het web ziet dat het Chinese restaurant de betreffende woensdagavond niet open is in verband met verbouwingswerkzaamheden. Het suggereert daarom om een pizza te halen bij de dichtsbijzijnde pizzeria. Pizza's zijn immers ongeveer net zo duur als chinees en tevens weet hij via je profiel op één van je sociale netwerksites dat je ook dol bent op pizza.
Verschillen met Web 2.0 De manier waarop Web 3.0 aan het ontstaan is, vertoont een groot verschil met dat van Web 2.0. Waar Web 2.0 veel meer vanuit de gebruiker werd gestimuleerd, wordt Web 3.0 veel meer neergezet door de internetexpert. Bij Web 2.0 wilde de gebruiker graag veel meer te vertellen hebben op het internet. Bij Web 3.0 is het nog maar de vraag of gebruikers het prettig vinden dat het web alles over je weet en daardoor betekenisvol voor je kan zijn. Privacy speelt hierbij een grote rol. Zijn mensen bereid om machines voor ze te laten beslissen? Kunnen gebruikers van het web het waarderen dat er relevante suggesties worden gegeven op basis van privacy gevoelige informatie? Dat is dus nog maar de vraag...
Het succes van Web 3.0 is dus sterk afhankelijk van de manier waarop de gebruikers op deze ontwikkelingen gaan reageren.
En last but not least : de klant blijft koningin! Zie onderstaand filmpje uit Little Britain USA
Dat bloggen lucratief kan zijn, bewijst de 25-jarige Amsterdamse blogger Nalden. Zijn site nalden.net trekt maandelijks zo`n 600.000 unieke bezoekers en is daarmee een zeer gewilde plaats om te adverteren voor grote merken. Vooral omdat bezoekers gemiddeld zo`n 8 minuten op de blog blijven, wat veel is voor internetbegrippen.
Voor grote bedrijven bieden populaire blogsites als nalden.net toegang tot een hippe, internationale, creatieve maar moeilijk bereikbare doelgroep. Nalden blogt al negen jaar op nalden.net over muziek, design, feestjes, reclame, gadgets, technologie, architectuur en kunst. En dat wordt hogelijk gewaardeerd door bezoekers en adverteerders. Zo nodigt Nike hem uit om in Londen hun nieuwe lijn sportschoenen te keuren, figureert hij als mondiale trendsetter in een campagne van Vodafone en adviseert hij de gemeente Amsterdam hoe internet in te zetten in het openbaar vervoer. En dus zwelt de kritiek aan: hem wordt verweten zich te verkopen aan de grote merken en zijn onafhankelijkheid te grabbel te gooien door over de merken te praten die tegelijkertijd op zijn blog adverteren.
Nalden belooft zijn adverteerders niet meer clicks of sitebezoekers, maar maakt ze onderdeel van de Nalden experience en belooft dat zijn bezoekers over de merken gaan praten. Hij was ook te gast bij De wereld draait door in december vorig jaar. Hij legt daar goed uit hoe het/hij werkt.
Is dit een optie voor onze branch: om ons naast onze klanten /bezoekers van bijvoorbeeld een Libraryblog met sexynaam, te richten op adverteerders en zo extra inkomsten te verwerven? Adverteerders deel te laten nemen aan de Library experience ( met diezelfde sexynaam) ? Wow, klinkt erg leuk, maar komt dan onze onafhankelijkheid niet in gevaar, wat vinden jullie? Zijn we wel gelijk van ons duffe imago af......., maar is de prijs die je dan misschien betaalt daarvoor te hoog? Of ben ik nu een beetje teveel out-of-the-box?
Ik merk dat ik het leuk vind om de mening van " kenners" op dit gebied te lezen, juist omdat er zoveel kanten zitten aan de nieuwe technologieen en de toepassingen ervan en ik nog heel erg bezig ben mijn mening te vormen........ Vragen als wat is de identiteit van de bibliotheek nu, en of en hoe die veranderd is ten opzichte van 25 jaar terug, en hoe die er over 25 jaar uit zou kunnen zien, zijn interessant om over van gedachten te wisselen.
Dus daarom toch maar weer een interview met een kenner: Andrew Keen. Edwin Mijnsbergen van de Zeeuwse Bibliotheek praat met hem.
In Digitale Bibliotheek 3, 2009 stond een interview met David Weinberger, auteur van het boek Everything is miscellaneous. Dat artikel opende met de woorden “Weinberger is een veelgevraagde spreker, die vaak wordt neergezet als de tegenpool van Andrew Keen.
Door dat te stellen doe je de man echter tekort. Als je de boeken en artikelen van Weinberger leest, en zijn indrukwekkende cv bekijkt, zul je begrijpen dat deze man veel serieuzer genomen zou moeten worden dan Keen.“ Dit tamelijk ongenuanceerde oordeel over de auteur van het boek De @-cultuur was een reactie op het feit dat de man die zichzelf graag presenteert als ‘The Anti Christ of Silicon Valley’ zelf ook niet bepaald genuanceerd is. Een willekeurige selectie uit interviews en lezingen die Keen sinds 2007 gaf leert ons dat de auteur bewust de confrontatie zoekt met iedereen die enthousiast is over sociale media en het internet zoals we het nu kennen. Hij beschreef Web 2.0 ooit als “een grote utopische beweging”, die amateurs gelijk stelt aan experts. Dat is volgens hem een bedreiging voor creativiteit en onze cultuur.
Het is echter niet alleen dit tegengeluid waarmee Keen de aandacht op zich heeft weten te vestigen. Zijn boodschap krijgt ook veel bijval. Zo sprak hij in november 2009 op het NVB Jaarcongres in Ede en zagen wij dat de commentaren op weblogs achteraf opvallend mild waren. Na afloop schreef Keen zelfs op Twitter (hij is zelf een fervent twitteraar): “Librarians give the best audience #nvb09 especially Dutch librarians”. Voldoende reden voor Digitale Bibliotheek om de auteur te interviewen. Het gesprek vond plaats op 7 december, via Skype.
Dag meneer Keen, leuk u eindelijk eens spreken! Ik begreep dat u werkt aan een nieuw boek, Digital Vertigo. Verloopt het voorspoedig? Wel, ik ben nog maar net aan het boek begonnen en ik kan er alleen aan werken in mijn vrije tijd. Ik ben namelijk geen professioneel auteur; ik verdien mijn geld vooral als journalist en spreker.
Waar gaat het boek over? Ook dit boek is een kritiek op sociale media maar waar De @-cultuur inging op de impact van internet op de media zal Digital Vertigo meer een analyse worden van de impact die sociale media hebben op gemeenschapsgevoel en identiteit.
Hoe ervaart u sociale media zelf? Na het lezen van uw eerste boek vonden veel mensen dat uw kritiek op deze media niet geloofwaardig was omdat u er zelf ook gebruik van maakt. Drie jaar later bent u nog steeds actief op uw weblog en op Twitter… Ik vind dat je geen oordeel kunt vellen over sociale media als je er zelf nog nooit gebruik van hebt gemaakt. Kansen en bedreigingen kun je alleen benoemen als je ze zelf hebt ervaren. Sociale media roepen gemengde gevoelens bij me op, wat ongetwijfeld tot uiting zal komen in mijn nieuwe boek. Ambivalentie beïnvloedt je toonzetting nu eenmaal.
De lezer kan dus minder polemiek en meer nuance verwachten? Inderdaad. Het sociale web heeft namelijk ook veel positieve kanten. Neem nu het interessante gegeven dat ik nu uit mijn raam kijk, in de tuin van een buurman die ik nog nooit heb ontmoet, en die ik ook niet wil ontmoeten omdat hij een ‘redneck’ is en ik niets met hem gemeen heb. Tegelijkertijd ben ik met jou in gesprek via internet. Wij hebben elkaar ook nooit ontmoet maar we hebben waarschijnlijk meer gemeen dan ik met mijn buurman hier in Alabama. We maken gebruik van hetzelfde netwerk. Dat heeft diepgaande invloed op wie we zijn en wat we voelen.
Op Picnic 2007, in Amsterdam, was ik getuige van uw discussie met David Weinberger, een schrijver die ik zeer waardeer. Ik moet bekennen dat ik voor de discussie nog dacht dat het u vooral te doen was om aandacht maar dat u mij tijdens het gesprek deed inzien dat de door Weinberger gelauwerde informatiesamenleving van nu ook z’n keerzijden heeft. Hoe denkt u nu over Weinberger? David Weinberger is een bijzonder aardige man maar je moet niet vergeten dat hij op Picnic als keynotespreker eerst zijn verhaal mocht houden en ik niet. Dat maakt je positie er in een discussie niet sterker op. Verder vind ik dat David’s boek niet echt tot de kern komt. Het is te hoogdravend en te filosofisch, en daarom zwak: de mensen kunnen er niets mee. Dat zeg ik niet omdat we het niet met elkaar eens zijn maar omdat zijn boek me niet heeft kunnen overtuigen. Chris Anderson is een onaangenaam mens. Met hem ben ik het ook vaak niet eens. Zijn boeken vind ik echter wél goed. De een respecteer ik dus als mens maar niet als denker, de ander als denker maar niet als mens. Clay Shirky waardeer ik als denker én als mens. Dat kan dus ook.
U profileert uzelf weliswaar als ‘Antichrist van Sillicon Valley’ maar baalt u er nooit eens van dat u op symposia en in interviews vaak ook die rol krijgt toebedeeld? Dat is lang niet altijd het geval. Vorige week nam ik in Brussel deel aan een paneldiscussie voor een gehoor van vertegenwoordigers uit de muziekindustrie. Mijn opponent was een fanatiek voorstander van Open Source. In die discussie was hij de gebeten hond. Een paar weken daarvoor sprak ik voor de leden van een technologische denktank van de Europese Unie. Ook in dat gezelschap konden mijn woorden rekenen op bijval. Dat ik soms ook veel kritiek krijg is te wijten aan de agressieve toon van De @-cultuur. Die toon was toen nodig omdat Web 2.0 op z’n hoogtepunt was maar is twee jaar later alweer gedateerd en toe aan een herziening. Als ik het boek nu zou herschrijven zou ik de traditionele media bijvoorbeeld minder verdedigen dan toen. Zij betekenen minder voor onze cultuur dan ik in mijn boek beweerde.
Vindt u dat traditionele media verstandige keuzes maken als het gaat om internetcultuur? Is het volgens u bijvoorbeeld slim van Rupert Murdoch dat hij weer geld wil gaan vragen voor online krantenartikelen?Kan een mediaconglomeraat nog zonder Google? Mmm, dat weet ik niet, goede vraag. Het is een politiek onderhandelingsspel met een hoge inzet. Murdoch is te slim om commerciële zelfmoord te plegen. Het hart van Newscorp wordt echter gevormd door de televisiezenders, niet door de kranten. Kranten als de New York Times en Wall Street Journal overleven de strijd wel maar lokale en regionale dagbladen niet. Nieuws krijgt meer en meer een globaal karakter en wordt steeds vaker aangevuld door onbetrouwbare en moeilijk te vinden User Generated Content.
Maar die User Generated Content is toch juist makkelijk te vinden, ondanks de overvloed? Dat zeg jij. Ik heb nooit beweerd dat er geen digitale elite is die de weg weet op het web maar de meeste mensen weten die weg niet en zijn daarom kwetsbaar. Ik heb er zelf ook genoeg moeite mee om mijn weg te vinden. Ik kan goed overweg met zoekmachines maar ik heb nog steeds geen goede manier gevonden om het kaf van het koren te scheiden op het sociale web. De mensen die dat wel kunnen zijn professionals die een groot deel van hun tijd doorbrengen op het web.
Zouden bibliothecarissen volgens u ook veel tijd op het web moeten doorbrengen? Als een bibliothecaris niet goed is op het web is het een dode bibliothecaris, zoals een schrijver dood is als hij niet op Twitter zit. Mensen uit ‘de informatiebusiness’ die het web negeren zijn idioten, die plegen professioneel gezien zelfmoord. Het is belangrijk om de menselijke waarden van oude media te koesteren maar dat betekent niet dat je nieuwe media niet mag omhelzen, integendeel. Google is een ‘parallelle bibliotheek’ die je als vriend moet beschouwen, niet als vijand. Bibliothecarissen kunnen sowieso niet om het web heen omdat zij degenen zijn die kinderen informatievaardigheden moeten bijbrengen.
Gaat u zelf nog wel eens naar de bibliotheek? Zelf koop ik mijn boeken liever omdat ik ze gebruik als naslagwerk en er graag aantekeningen in maak maar ik ben een groot voorstander van bibliotheken, daar kun je er niet genoeg van hebben. Ik woon in Berkeley en Birmingham en de bibliotheken daar hebben uitstekende collecties. Prima!
Maakt u nog wel gebruik van de online dienstverlening van bibliotheken? Ook dat niet. Amazon is mijn bibliotheek in die zin. Daar ga ik na of boeken beschikbaar zijn. Dat ik meestal obscure titels zoek is geen probleem; Amazon verwijst je dan gewoon door naar het aanbod van handelaren in tweedehands boeken. Als bibliotheken online hun meerwaarde willen bewijzen zullen ze met iets moeten komen dat bedrijven als Google en Amazon niet bieden.
Wat zou dat kunnen zijn? Ik heb geen idee.
Een collega vroeg zich af hoe u zelf grip houdt op uw online aanwezigheid. Kunt u daar iets over zeggen? Zoals ik al zei kun je niet kritisch zijn als je geen ervaring hebt. Ik beleef veel plezier aan mijn deelname aan sociale media omdat ik interessante mensen ontmoet en in staat word gesteld kennis te delen, maar ik ben tegelijkertijd kritisch. Ik geloof niet in de puurheid van technologie zoals die wordt voorgesteld door ‘born again christians’ als Kevin Kelly. Die verheerlijking van technologie stuit me tegen de borst. De nakomelingen van de fundamentalisten die dit land hebben opgebouwd praten veel te eenzijdig over de verworvenheden van het web. Technologie geeft je soms vrijheid maar doet je soms ook je grip op de dingen verliezen.
Maar hoe houdt u zelf dan grip op informatiestromen? Werkt u bijvoorbeeld met informatiefilters of aanbevelingen van andere mensen? Ik weet niet wat je precies bedoelt met informatiefilters maar net als in het echte leven neem ik de aanbevelingen van sommige mensen ter harte, ook op Twitter. Maar nu moet ik echt gaan, bedankt.
Even rondgesnuffeld op lastfm.nl. Dit is weer typisch zo'n ding voor thuis...thinclient he? Ik heb wat artiesten opgezocht.... maar die zaten er helaas niet in, das dan wel weer jammer. Zag gister namelijk Elske deWall bij de wereld draait door, klonk erg mooi, maar ze zit helaas niet op lastfm... Gelukkig kun je haar via mijn blog wel zien, en horen! Op echte pc dus!
Ik volg al een tijd het blog van Jan Klerk (jan tweepuntnul), manager backoffice bij de stadsbibliotheek Haarlem. Hij heeft veel gepubliceerd en met onderstaand betoog ben ik het helemaal eens. Het is interessant om blogs van collega's te volgen, fijn dat ze je in hun meningen en kennis laten delen. Ook de discussies die daarop volgen helpen je om je eigen mening te (her)ijken......
"Bibliotheken zijn vooral lokale organisaties die zich sterk richten op het publiek in eigen dorp of stad. Dat geldt zowel voor hun vestigingen als voor hun website. Het is inmiddels ouderwets om van de gebruiker te verwachten dat hij altijd naar je toe komt. We willen voortaan graag naar de gebruiker toe en de meest voor de hand liggende manier is klanten op te zoeken in de sociale netwerken. Daarbij kan het geen kwaad om je als bibliotheek eerst eens af te vragen wat je nou eigenlijk verwacht van deelname aan een sociaal netwerk. Wil je meer leden en uitleningen bereiken of extra aandacht voor je activiteiten genereren. Of wil je feedback vragen op je functioneren? Het is ook interessant om je af te vragen hoeveel mensen bijvoorbeeld potentieel bereid zijn om jouw bibliotheekpagina op Hyves of Facebook te volgen of je berichtgeving via Twitter. Stel bijvoorbeeld dat alle Assenaren lid zouden zijn van Hyves en je laat daar vervolgens de 'éénprocentsregel' op los dan zouden theoretisch van de 66 duizend Assenaren er 660 bereid zijn om iets bij te dragen, 6600 Assenaren zouden bereid zijn om te reageren op geposte berichten en de overige Assenaren zouden slechts nu en dan berichten lezen. Maar zo werkt het in de praktijk natuurlijk niet. Ten eerste zijn sociale netwerken als Facebook en Hyves niet één grote community maar bestaan uit talloze minicommunities.. Ten tweede houden al die minicommunities zich niet aan de gemeentegrenzen. Iedere minicommunity kan bestaan uit deelnemers die overal en nergens vandaan komen. Sociale netwerken zijn succesvol dankij deze 'webscale'. In het meest gunstige geval hebben we te maken met tribes: groepen van echte mensen met een gemeenschappelijk idee of politiek standpunt die samenwerken of zelfs doen aan actie.. Maar meestal draait het bij de sociale netwerken om conversatie tussen min of meer vriendschappelijk verbonden individuen. Verder wemelt het op Hyves ook van de groepjes mensen die zich vrijblijvend aansluiten bij een groepshyve zonder verder doel dan een merk of een gevoel te delen. Veel bibliotheken gebruiken Twitter als alternatief zendkanaal voor traditionele berichtgeving maar vergeten vervolgens te converseren met hun volgers. Daar zijn bibliotheken trouwens niet uniek in. Ook kranten gebruiken Twitter als alternatief kanaal voor hun dagelijkse berichtgeving zonder verder aan conversatie te doen.
Het is prima en heel positief dat bibliotheken Twitteraccounts aanmaken en daar berichten over activiteiten plaatsen, het heeft alleen weinig met naar de klant toe gaan te maken. Uit de genoemde voorbeelden krijg je ook de indruk dat mensen op sociale netwerken niet echt behoefte hebben aan berichtgeving van een lokale bibliotheek. Het spanningsveld tussen de voornamelijk lokale impact van de fysieke bibliotheek en de zich niet aan geografische grenzen houdende 'webscale' van een sociaal netwerk is eenvoudigweg te groot. Het zou veel waardevoller zijn als bibliotheekmedewerkers zich als deskundig individu profileren op de sociale netwerken en de conversatie onder collega's en 'gewone' mensen aangaan in plaats van zich te verstoppen achter corporate Twitteraccounts. Als je met al die honderden bibliothecarissen die de cursus 23Dingen hebben gevolgd actief zou worden op Twitter bereik je namelijk wel een soort van webscale. "
Ben voorzichtig begonnen met het inrichten van mijn virtuele boekenkast op Librarything. Wat me opvalt is dat er toch heel veel titels (nog) niet instaan en om die zelf allemaal handmatig in te voeren is een tijdrovend klusje. En tijd is iets wat je altijd te kort komt helaas, dus ga ik daar niet teveel energie in stoppen.
Wel heel leuk om je favoriete boeken nu eens op een rijtje te hebben met, als je dat wilt een korte bespreking en/of favoriete passages. "Vroeger" schreef ik die altijd over uit de boeken, en kon ze dan na een poos nooit meer terugvinden.... Met Librarything is dat voorbij, je hebt nu altijd alles bij de hand, en je kunt er ook nog met anderen over van gedachten wisselen.
Het lijkt me een uitkomst, ook voor onze leners, die nu nog vaak met geschreven lijstjes in de bieb komen van boeken die ze nog graag willen lezen. Dit kun je hier prima in kwijt en als je het dan op je mobiel kunt raadplegen....helemaal top! Ik heb ook een account aangemaakt op Dizzie.nl. Daar zitten meer titels in, maar het vervelende vind ik dat je zoveel stappen moet zetten om een titel toe te voegen, dat je ook iedere keer het ISBN in moet vullen, pffff, geen zin in. Het ziet er wel flitsender uit dan Librarything, maar is niet zo gebruikersvriendelijk.
Frankwatching is een digitaal tijdschrift, met ontzettend veel interessante informatie. Zo kwam ik ook deze tips tegen voor een weblog met uithoudingsvermogen. Goed om notie van te nemen als straks de 23 klaar zijn en je toch wilt blijven publiceren.....
Dankzij laagdrempelige blogplatforms als Blogger, TypePad en Wordpress is een eigen weblog zo in de lucht. Toch is dat pas het begin van het verhaal. Want wat blijkt? Er is een gigantisch online kerkhof aan achtergelaten blogs. Daarom 5 tips om een snelle dood van je weblog te voorkomen.
De New York Times plaatste in juni vorig jaar een interessant artikel waarin gerefereerd aan een onderzoek van Technorati. Daaruit bleek dat van de 133 miljoen blogs die zij doorzoeken er slechts 7,4 miljoen waren geactualiseerd in de afgelopen 120 dagen. Dat betekent dat 95% van de blogs voor dood wordt achtergelaten. Toch kun je dat als blogger vrij eenvoudig voorkomen.
Tip 1: Maak het jezelf makkelijk
Hoe kom je elke dag weer aan blogonderwerpen zonder dat je uren kwijt bent aan nieuwsgaring? Besteed éénmalig een paar uur aan het verzamelen vanRSS-feeds die voor je blog relevant zijn. Gebruik tools zoals Lazyfeed waarmee je ook heel eenvoudig ‘RSS in the cloud’ kunt afstruinen. Ga via Twitter op zoek naar volgers die ook over jouw blogonderwerp schrijven. Zet die in een lijst zodat je ze snel kunt scannen op nieuws. Bookmark relevante sites en blogs die geen gebruik maken van RSS of Twitter.
Tip 2: Zoek een partner Geen tijd om dagelijks je blog bij te houden? Ben je een maand op vakantie? Denk dan eens aan een blogpartner. Ga op zoek naar iemand die jouw interesse deelt en wil bijdragen aan je blog. Je kunt die persoon als gastblogger introduceren of het blog als gelijkwaardige partners runnen. Maak in dat laatste geval wel afspraken over de tone of voice zodat je blog een uniform geheel uitstraalt. Met een blogpartner zorg je voor continuïteit in de helft van de tijd.
Tip 3: Maak van niets iets Na-apen, kopiëren en jatten is geen kunst. Maar daar is de lol voor jezelf en je bezoekers snel vanaf. Toch hoef je lang niet altijd unieke content online te zetten waar je een dagtaak aan hebt. Slim combineren van verschillende bronnen is de kunst. Haal je informatie van website A, zoek er extra informatie via Google of Wikipedia bij en regel beeld via Twitter. Die mix maakt jouw bericht onderscheidend van de concurrentie.
Tip 4: Betrek je lezers bij je blog Mensen doen niets liever dan hun kennis, ervaringen of tips delen met de rest van de wereld. Maak daar gebruik van. Blog je bijvoorbeeld over oldtimers, moedig je bezoekers dan aan om foto’s en beschrijvingen van hun klassieke auto in te sturen. Van elke nieuwe ‘lezersauto’ maak je zonder veel moeite een blogbericht. Verzamel al die auto’s op één pagina en je hebt een nieuwe rubriek (’De auto van’). Kwestie van user generated content. In een blogbericht over een lezersreactie kun je ook mooi een citaat van die persoon opnemen. Zo creëer je unieke content met weinig moeite.
Tip 5: Zorg voor variatie Aanvullende contentpagina’s geven je blog een extra dimensie. Denk aan een rubriekspagina waar je alleen maar video’s plaatst. Of pagina’s met puur praktische informatie. Op je oldtimer-blog plaats je een lijst met dealeradressen of links naar ingescande brochures of constructietekeningen. Roep je lezers op om samen die informatie zo compleet mogelijk te maken. Die bijdragen en reacties leveren ook weer stof op voor je blog. Het zorgt er bovendien voor dat het bloggen voor jezelf interessant blijft
Google introduceerde gisteravond Google Buzz. Deze nieuwe social media-toepassing moet gebruikers helpen met ordenen van online conversaties in sociale netwerken. Gebruikers van Gmail kunnen met Google Buzz rechtstreeks vanuit hun mail met contactpersonen uit verschillende netwerken communiceren. Met Buzz probeert Google duidelijk de stap richting social media te maken, met niet alleen saaie status updates in tekst, maar ook in beeld. Picasa, Flickr, YouTube, Blogger, Google Reader en Twitter zijn te integreren. Facebook dacht ik niet. Google Buzz is ook beschikbaar voor gebruik op verschillende mobiele toestellen. (hieronder Google’s eigen filmpje):
Youtube is al een vast onderdeel van mijn onlinegedrag. Vooral voor muziek, maar ook interviews, demonstratiefilmpjes, documentaires en fun! Check Simon's kat, haha
Ook in het werk gebruik in het regelmatig, een voorbeeld is de coverquiz die ik gemaakt heb voor leerlingen van het voortgezet onderwijs.Ik laat ze dan een coverversie van een nummer zien, en vraag ze dan van wie het origineel is. Na het antwoord laat ik die ook zien. Erg leuk om het daarna te hebben over de verschillen en de overeenkomsten, en welke versie ze het mooist vinden, en waar dat aan ligt. Ik gebruik voor de quiz een afspeellijst, die ik van tevoren gemaakt heb, zodat ik de nummers mooi in volgorde op een rijtje heb, en ik niet meer hoef te zoeken.
Tsja, muziek..... ook bibliothecarissen houden van zingen, bij het afscheid van een collega bijvoorbeeld..... Erg zuiver van klank is het niet, maar wel zuiver van hart!
Ik heb even rondgeneusd op Gespod. Veel leuke dingen gezien, wat heet:....ik werk op een thin client, dus filmpjes bekijken is geen optie, en ook sommige geluidsfragmenten klinken nergens naar. Ik moet dus voor dit Ding weer verhuizen naar een echte computer. Ik ga straks thuis nog wel even kijken. Wat me leuk lijkt bijvoorbeeld: de marathoninterviews van VPRO radio, de Volkskrant kenniscafe, de audiotours in het Rijksmuseum (al vind ik het wel jammer dat je dan de besproken schilderijen niet kunt zien, maar die zou je er wel bij kunnen zoeken natuurlijk) en de podcast van Wim de bie (Bieslog podcast).
Erg leuk om bijvoorbeeld te gebruiken voor op interessegebieden van klanten samen te stellen digitale dossiers.
Chatten vind ik leuk, al heel lang gebruik ik Live Messenger (msn), prive, maar ook in het werk. Het is vooral handig, als je zoals ik op een druk kantoor werk en je je collega's niet altijd wilt laten "meegenieten" van je telefoontjes en overleggen. Via de msn gaat het dan snel, zakelijk en vooral stil!
En hoe zit het eigenlijk met onze klanten? Dat ik het leuk vind is aardig om te weten, maar of en hoe onze klanten de nieuwe toepassingen gebruiken en waarderen is eigenlijk nog veel interessanter. Ecreation heeft vorig jaar een onderzoek onder 1500 jongeren gedaan waaruit blijkt dat zij liever chatten dan twitteren. Hoewel persoonlijk contact bij bijna een derde van de jongeren favoriet is, gebruikt de helft het liefst een chatprogramma of online telefoniedienst om met hun vrienden in contact te blijven. twitteren en bloggen zijn zaken waar deze doelgroep nog weinig aandacht aan besteedt (2%). In het onderzoek werd de respondenten gevraagd naar hun online gedrag. Bijna de helft geeft aan per dag tussen de 1 en 3 uur online te zijn en 40% is zelfs langer dan 3 uur per dag online. Van alle ondervraagden besteedt de helft online de meeste tijd aan chatten en bellen. Het onderhouden van persoonlijke contacten wordt door bijna 1 op de 5 als belangrijkste online activiteit aangemerkt.
Gevraagd naar de interactie met bedrijven zegt 36% het liefst via email contact te hebben. Minder populair zijn de persoonlijke en telefonische afhandeling van vragen en klachten. Hiervoor kiest respectievelijk 29% en 26% van de respondenten. Om jongeren te bereiken met reclameboodschappen kunnen bedrijven beter geen televisie, banners op websites of emailreclame inzetten. Maar liefst 71% geeft aan dit de meest irritante vormen van reclame te vinden. De oude, vertrouwde folders zijn favoriet, evenals digitale nieuwsbrieven en reclame die aangeboden wordt via chatbots. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren een sterke voorkeur hebben voor communicatievormen waar ze zelf de hand in hebben. het is dus belangrijk om als bedrijf een communicatiestrategie uit te stippelen die aansluit op deze behoefte. Het gegeven dat veel jongeren bij voorkeur communiceren via msn, biedt voor bedrijven aanknopingspunten om via Instant Messaging deze doelgroep te bereiken.
Handige informatie voor ons bibliothecarissen die veel met en voor jongeren werken; we gaan chatten dat het een lieve lust is!