Ik volg al een tijd het blog van Jan Klerk (jan tweepuntnul), manager backoffice bij de stadsbibliotheek Haarlem. Hij heeft veel gepubliceerd en met onderstaand betoog ben ik het helemaal eens. Het is interessant om blogs van collega's te volgen, fijn dat ze je in hun meningen en kennis laten delen. Ook de discussies die daarop volgen helpen je om je eigen mening te(her)ijken......
"Bibliotheken zijn vooral lokale organisaties die zich sterk richten op het publiek in eigen dorp of stad. Dat geldt zowel voor hun vestigingen als voor hun website.
Het is inmiddels ouderwets om van de gebruiker te verwachten dat hij altijd naar je toe komt. We willen voortaan graag naar de gebruiker toe en de meest voor de hand liggende manier is klanten op te zoeken in de sociale netwerken. Daarbij kan het geen kwaad om je als bibliotheek eerst eens af te vragen wat je nou eigenlijk verwacht van deelname aan een sociaal netwerk. Wil je meer leden en uitleningen bereiken of extra aandacht voor je activiteiten genereren. Of wil je feedback vragen op je functioneren? Het is ook interessant om je af te vragen hoeveel mensen bijvoorbeeld potentieel bereid zijn om jouw bibliotheekpagina op Hyves of Facebook te volgen of je berichtgeving via Twitter. Stel bijvoorbeeld dat alle Assenaren lid zouden zijn van Hyves en je laat daar vervolgens de 'éénprocentsregel' op los dan zouden theoretisch van de 66 duizend Assenaren er 660 bereid zijn om iets bij te dragen, 6600 Assenaren zouden bereid zijn om te reageren op geposte berichten en de overige Assenaren zouden slechts nu en dan berichten lezen.
Maar zo werkt het in de praktijk natuurlijk niet. Ten eerste zijn sociale netwerken als Facebook en Hyves niet één grote community maar bestaan uit talloze minicommunities.. Ten tweede houden al die minicommunities zich niet aan de gemeentegrenzen. Iedere minicommunity kan bestaan uit deelnemers die overal en nergens vandaan komen. Sociale netwerken zijn succesvol dankij deze 'webscale'. In het meest gunstige geval hebben we te maken met tribes: groepen van echte mensen met een gemeenschappelijk idee of politiek standpunt die samenwerken of zelfs doen aan actie.. Maar meestal draait het bij de sociale netwerken om conversatie tussen min of meer vriendschappelijk verbonden individuen. Verder wemelt het op Hyves ook van de groepjes mensen die zich vrijblijvend aansluiten bij een groepshyve zonder verder doel dan een merk of een gevoel te delen.
Veel bibliotheken gebruiken Twitter als alternatief zendkanaal voor traditionele berichtgeving maar vergeten vervolgens te converseren met hun volgers. Daar zijn bibliotheken trouwens niet uniek in. Ook kranten gebruiken Twitter als alternatief kanaal voor hun dagelijkse berichtgeving zonder verder aan conversatie te doen.
Het is prima en heel positief dat bibliotheken Twitteraccounts aanmaken en daar berichten over activiteiten plaatsen, het heeft alleen weinig met naar de klant toe gaan te maken. Uit de genoemde voorbeelden krijg je ook de indruk dat mensen op sociale netwerken niet echt behoefte hebben aan berichtgeving van een lokale bibliotheek. Het spanningsveld tussen de voornamelijk lokale impact van de fysieke bibliotheek en de zich niet aan geografische grenzen houdende 'webscale' van een sociaal netwerk is eenvoudigweg te groot. Het zou veel waardevoller zijn als bibliotheekmedewerkers zich als deskundig individu profileren op de sociale netwerken en de conversatie onder collega's en 'gewone' mensen aangaan in plaats van zich te verstoppen achter corporate Twitteraccounts. Als je met al die honderden bibliothecarissen die de cursus 23Dingen hebben gevolgd actief zou worden op Twitter bereik je namelijk wel een soort van webscale. "
Het is inmiddels ouderwets om van de gebruiker te verwachten dat hij altijd naar je toe komt. We willen voortaan graag naar de gebruiker toe en de meest voor de hand liggende manier is klanten op te zoeken in de sociale netwerken. Daarbij kan het geen kwaad om je als bibliotheek eerst eens af te vragen wat je nou eigenlijk verwacht van deelname aan een sociaal netwerk. Wil je meer leden en uitleningen bereiken of extra aandacht voor je activiteiten genereren. Of wil je feedback vragen op je functioneren? Het is ook interessant om je af te vragen hoeveel mensen bijvoorbeeld potentieel bereid zijn om jouw bibliotheekpagina op Hyves of Facebook te volgen of je berichtgeving via Twitter. Stel bijvoorbeeld dat alle Assenaren lid zouden zijn van Hyves en je laat daar vervolgens de 'éénprocentsregel' op los dan zouden theoretisch van de 66 duizend Assenaren er 660 bereid zijn om iets bij te dragen, 6600 Assenaren zouden bereid zijn om te reageren op geposte berichten en de overige Assenaren zouden slechts nu en dan berichten lezen.
Maar zo werkt het in de praktijk natuurlijk niet. Ten eerste zijn sociale netwerken als Facebook en Hyves niet één grote community maar bestaan uit talloze minicommunities.. Ten tweede houden al die minicommunities zich niet aan de gemeentegrenzen. Iedere minicommunity kan bestaan uit deelnemers die overal en nergens vandaan komen. Sociale netwerken zijn succesvol dankij deze 'webscale'. In het meest gunstige geval hebben we te maken met tribes: groepen van echte mensen met een gemeenschappelijk idee of politiek standpunt die samenwerken of zelfs doen aan actie.. Maar meestal draait het bij de sociale netwerken om conversatie tussen min of meer vriendschappelijk verbonden individuen. Verder wemelt het op Hyves ook van de groepjes mensen die zich vrijblijvend aansluiten bij een groepshyve zonder verder doel dan een merk of een gevoel te delen.
Veel bibliotheken gebruiken Twitter als alternatief zendkanaal voor traditionele berichtgeving maar vergeten vervolgens te converseren met hun volgers. Daar zijn bibliotheken trouwens niet uniek in. Ook kranten gebruiken Twitter als alternatief kanaal voor hun dagelijkse berichtgeving zonder verder aan conversatie te doen.
Het is prima en heel positief dat bibliotheken Twitteraccounts aanmaken en daar berichten over activiteiten plaatsen, het heeft alleen weinig met naar de klant toe gaan te maken. Uit de genoemde voorbeelden krijg je ook de indruk dat mensen op sociale netwerken niet echt behoefte hebben aan berichtgeving van een lokale bibliotheek. Het spanningsveld tussen de voornamelijk lokale impact van de fysieke bibliotheek en de zich niet aan geografische grenzen houdende 'webscale' van een sociaal netwerk is eenvoudigweg te groot. Het zou veel waardevoller zijn als bibliotheekmedewerkers zich als deskundig individu profileren op de sociale netwerken en de conversatie onder collega's en 'gewone' mensen aangaan in plaats van zich te verstoppen achter corporate Twitteraccounts. Als je met al die honderden bibliothecarissen die de cursus 23Dingen hebben gevolgd actief zou worden op Twitter bereik je namelijk wel een soort van webscale. "
